Op de site van de LISB vonden we de volgende twee brieven over een schaakvereniging in Tegelen in 1936. Wie kan ons daar meer over vertellen? Graag informatie naar pim@tegelsesv.nl
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Tegelse Schaakvereniging zijnde 1 maart 2008 schreef de voorzitter een stuk in de speciale uitgave van ons clubblad.
Van de voorzitter
Beste leden,
Een woord met een zilveren randje. Wie heeft daar 25 jaar geleden aan gedacht? Niemand waarschijnlijk, ik in ieder geval niet. Maar ik ben wel ongelofelijk blij dat een aantal personen toen de stoute schoenen hebben aangetrokken en de nek hebben uitgestoken om in Tegelen een schaakvereniging op te richten. Nu ruim 9100 dagen, 219.000 uur of 13.140.000 minuten later kunnen we terugkijken op een fantastische periode.
De oprichtingsvergadering van 1 maart 1983 zal me altijd bij blijven. Zien we daar ineens iemand met een klok binnenkomen. Wat moet die hier met een duivenklok, zeiden we tegen elkaar. Wisten wij veel, dat er ook schaakklokken bestonden. De man met de “duivenklok” (Wiel Leysten) werd meteen benoemd tot wedstrijdleider. Iemand die weet van het bestaan van schaakklokken weet in ieder geval meer van schaak-wedstrijden dan wij als oprichters, zo redeneerden wij.
Als ik terugkijk naar wat er in die afgelopen 25 jaar is gebeurd binnen de vereniging, kan ik die periode globaal in 5 perioden onderscheiden. De 1e periode van ca. 5 jaar bestond vooral uit het met vallen en opstaan de vereniging in het juiste spoor krijgen. Alles moesten we leren: het kiezen van een voorlopig bestuur, de aanschaf van materiaal, het organiseren van interne competities, het maken van wedstrijd-reglementen, statuten, huishoudelijk reglement, het opzetten van een jeugdafdeling, het aanvragen van subsidie bij de gemeente, het organiseren van toernooien. Letterlijk alles wat je in een sportvereniging tegenkomt kwamen we tegen en moest aangepakt en opgelost worden. Er zijn heel wat bestuurs-vergaderingen geweest die tot diep in de nacht hebben geduurd. Maar na afloop was het steevast feest: onder het genot van een hapje en (uiteraard) veel drankjes werd de accordeon van Wiel en de gitaar van Jac tevoorschijn gehaald en werd er vrolijk op los gezongen.
De 2 periode van 5 jaar trad de vereniging veel meer naar buiten. Net gepromoveerd naar de 1e klasse van de LiSB lieten we ook zien dat we ook nog eens konden schaken. We hadden als enige vereniging in Limburg een heuse damesafdeling (Christa, Lies, Wally, Mientje, Helmie, Astrid en Patricia) en een dameskampioene in de persoon van Lies van Leipsig.
De 2e periode heeft zich vooral gekenmerkt door een zeer sterke opkomst van onze jeugd.
De bekroning van deze 2e periode werd het jaar 1993, misschien wel het mooiste jaar in de historie van TSV. TSV werd de 1e club in Limburg die de titel “Club van het Jaar” behaalde, een titel uitgereikt door de LiSB, wie herinnert zich niet het RABO-poly-spel, een onderlinge competitie met Reuver, Henk van Nieuwenborg in het bestuur van de LiSB en uw voorzitter die kampioen van Limburg werd. Natuurlijk werd tussen al het schaakgeweld het plezier niet vergeten en ook het zoeken naar nieuwe leden. Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld door het houden van een simultaan. Dat is dan ook enkele malen gebeurd. Wat het eerste betreft werd er, naast de gezelligheid van de dinsdagavond ook wel eens een fietstocht georganiseerd. Voor de jeugd waren er de jaarlijkse kampen, waarvan Patricia en Liane Flipse regelmatig uitgeputterugkeerden.
De 3e periode van 5 jaar hadden we schaaktechnisch gezien de sterkste tijd. Met Stefan Rudolph, Piet Boonen, Alwin van Nieuwenborg, Johan Jacobs, Ullrich Weiss, Geert Hovens, Piet Kuntzelaers, Michael Horst etc. in het 1e team waren we voor geen enkele tegenstander bang.
Jammer genoeg hebben we dat niet kunnen vasthouden en geldt die periode ook als een periode dat het allemaal wat minder werd. Zowel in kwaliteit als in kwantiteit, zowel bij de senioren als de junioren. Onze sterkste schakers vertrokken naar andere verenigingen, onze sterke jeugd ging elders in het land studeren en vertrok uit Tegelen. Het aantal leden zakte van onze top van 110 leden (waarvan 70 jeugdleden) naar ca. 50 leden.
In de 4e periode van 5 jaar werd de neergaande tendens nog wat door-getrokken. Het aantal leden daalde verder, de kwaliteit werd nog wat minder en ook bij de jeugd ging het niet beter. Het aantal jeugdleiders bleef achteruit gaan hetgeen natuurlijk zijn weerslag heeft op onze jeugdspelers. Een persoon moet ik echter namens de vereniging bijzonder veel dank zeggen en dat is Gerben. Altijd aanwezig, altijd bezig voor de vereniging en vooral hij heeft er voor gezorgd dat we nog steeds een jeugdafdeling hebben. Gerben bedankt.
In de laatste periode zie ik een lichte kentering naar de goeie kant. Ook een opkomst van onze Duitse vrienden, zowel in aantal als in kwaliteit.
De interne competities zijn spannender dan ooit, velen dichten zich een kans toe op het clubkampioenschap.
De laatste jaren moeten we echter het onderspit delven tegen Duitsland. We zien ook weer wat “oude” jeugd terugkeren in de externe competitie en ook een enkel jeugdlid dat doorstroomt naar de senioren. Wat echter altijd was en is gebleven en naar ik hoop ook in de toekomst zal blijven is onze altijd gezellige dinsdagavond.
Voor menigeen is dat de avond in de week die hij of zijniet wil missen, achter het schaakbord, maar ook daarna in de kantine. Wat ooit een keer begon na de bestuursver-gaderingen dat zien we nu nog steeds op de clubavond. De vele verhalen die we daar horen en de menige discussie die we daar voeren zal ons altijd bijblijven. Een dinsdagavond niet geschaakt is voor velen van ons een incomplete week.
Dat zien we ook aan ons jaarlijks terugkerend ZAT-toernooi. Zelfs in de zomervakantie kunnen we niet zonder de wekelijkse schaakavond.
Wat brengt de toekomst? Hopelijk even zovele gezellige clubavonden als we gehad hebben, hopelijk kunnen we ook nog eens samen de energie opbrengen om een aantal zaken weer wat energieker aan te pakken, zoals de jeugd, een nieuw toernooi waarover we al langer praten, wat nieuwe instroom van leden zowel bij de senioren als bij de jeugd. Wat we in ieder geval tegemoet gaan is een periode waarin we het financieel gezien moeilijker gaan krijgen. Daarover op de komende jaarvergadering meer.
Een jaar geleden hebben we op de jaarvergadering een commissie be-noemd die de viering van het 25-jarig bestaan zou voorbereiden. Deze commissie heeft de afgelopen maanden een programma in elkaar gestoken voor ons 25 jarig jubileum. Ik hoop van ganser harte dat velen aanwezig zullen zijn, vooral ook van onze oud senior-leden die allemaal zijn uitge-nodigd. Dan kunnen we met z’n allen nog eens echt “oude koeien uit de sloot halen”.
Rest mij iedereen te bedanken die op welke wijze dan ook er mee voor heeft gezorgd dat we 25 jaar lang een dinsdagavond hebben die we niet willen missen.